×
Home Collectie Events Over ons Contact

Max Pechstein (1881-1955), Schwermut



Max Pechstein (1881-1955), Schwermut

Dit kleurrijke en expressievolle beweeglijke portret is geschilderd in 1910. Het is een schilderij dat behoort tot de hoogtepunten in het oeuvre van Max Pechstein in de periode dat hij het meest betrokken was bij het kunstenaarscollectief Die Brücke. De levendige kleuren die met dikke penseelstreken zijn aangebracht, tonen Pechsteins verkenningen van kleur en vorm en illustreren zijn belangrijke stilistische bijdrage aan de Duitse avant-garde. Het schilderij dat lange tijd alleen van een oude zwart-wit foto, een houtsnede en een schets bekend was, is recentelijk opgedoken in een particuliere verzameling.

Het vierkante schilderij toont ons een jonge vrouw met twee opgeheven armen die rusten op de zijkant van haar achterhoofd. Haar hoofd is schuin gekanteld en rust als het ware op haar rechterschouder. De details van haar fysionomie zijn relatief abstract en gereduceerd tot de basiskenmerken van een vrouwengezicht. De ogen bijvoorbeeld, staan in de schaduw en de blik van de vrouw vanuit het beeld naar ons als kijker is niet waarneembaar. De compositie is zo in het vierkante kader geplaatst dat zij deze precies vult.

Op basis van de fysionomie van de figuur, haar volle lippen en donkere huidskleur, wordt aangenomen dat het model voor Schwermut Charlotte "Lotte" Kaprolat is. Pechstein ontmoette de toen zestienjarige begin 1909 en gebruikte haar herhaaldelijk als model; de twee zouden in 1911 trouwen. Er is geen nader verband tussen de vrouw en het onderwerp melancholie. Op het moment van schilderen was er geen reden tot melancholieke gedachten over de relatie. Lotte moet dan ook niet gezien worden als het onderwerp maar enkel als het model.

Exposities
Pechstein was zeer tevreden over de compositie en uitvoering van dit schilderij. Niet alleen schetste hij het in 1912 in een brief aan Curt Glaser, maar hij maakte er in datzelfde jaar ook een houtsnede van die als illustratie diende voor de tentoonstellingscatalogus van de legendarische Brücke-tentoonstelling in Berlijn in de Gurlitt Galerie aan de Potsdamer Strasse in zijn, wat later zou blijken, laatste tentoonstelling voor Die Brücke. Schwermut werd tijdens deze tentoonstelling voor het eerst getoond.

In 1920 werd het schilderij in Scheveningen getoond (cat. nr. 28, aldaar gedateerd 1909/10) waar het werd aangeboden voor 1.300 gulden.  Het schilderij werd waarschijnlijk ook getoond op een expositie in Hamburg in 1930 want de titel van het schilderij "Schwermut" staat vermeld in de bijbehorende catalogus onder nummer 186. Op basis van deze tentoonstellingscatalogus zou het werk ooit toebehoord kunnen hebben aan Dr. Ludwig Schrader en Bettina Schrader-Eschershausen uit Hamburg. Mogelijk werd het schilderij ook in 1917 in Hamburg tentoongesteld als Träumerei, aangezien de eigenaar van het schilderij ook genoemd wordt als "Herr Baurat Ludwig Schrader".

Schwermut
Voor het schilderij Schwermut hergebruikte Pechstein, zoals hij vaker deed in deze periode, een stuk eerder door hem beschilderd doek. Met behulp van röntgenfotografie wordt zichtbaar dat op wat de huidige achterzijde vormt van het doek, oorspronkelijk een andere voorstelling geschilderd was door Pechstein, namelijk een jonge man met uitgestoken arm. Omdat de man zich op de rand van het doek bevindt en slechts half zichtbaar is, weten we dat Pechstein het oorspronkelijke doek verkleind heeft. Om materiaal te besparen werd de oude voorstelling eenvoudig bedekt met witte verf. In het midden van de achterzijde schreef Pechstein met een zwart penseel de titel van het werk "Schwermuth" het getal 300 en daaronder zijn naam. De beschildering met witte verf is typisch voor Pechsteins artistieke praktijk in de jaren 1909 en 1910.

Schwermut, melancholie, een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen, spreekt uit de houding en blik van de vrouw op dit schilderij. De identiteit van de weergegeven persoon zal voor Pechstein van ondergeschikt belang zijn geweest aan de uitwerking van de compositie, de uitdrukking van de emotionele toestand van de geportretteerde en het kleurgebruik, de drie basiselementen van het expressionisme en daarmee van Die Brücke. Aangenomen mag worden dat de afbeelding is ontstaan in Pechsteins atelier aan de Durlacher Str. 14 in Berlijn-Friedenau waar de kunstenaar eind 1909 zijn intrek nam. Het expressieve kleurgebruik is typisch voor Die Brücke en Pechstein, die zich al in 1906 aansloot bij de groep kunstenaars, maar de invloed van dit groepsverband was vooral zichtbaar in het Pechsteins werk in 1910.

Max Pechstein (1881-1955)
Pechstein werd geboren in Zwickau als zoon van een ambachtsman die in een textielfabriek werkte. Een vroeg contact met de kunst van Vincent van Gogh stimuleerde zijn interesse in en ontwikkeling naar het expressionisme. Hij werkte eerst als decorateur in zijn geboorteplaats voordat hij zich inschreef aan kunstnijverheidsschool en vervolgens aan de kunstacademie in Dresden. Het was hier, vanaf 1902, dat hij een leerling van Gussmann werd; een relatie die zou duren tot 1906, toen Pechstein Erich Heckel ontmoette en werd uitgenodigd om lid te worden van de kunstgroep Die Brücke.

Die Brücke was een expressionistische kunstenaarsgroep opgericht in 1905 in Dresden door de jonge kunststudenten. De naam was ontleend aan Friedrich Nietzsche die het begrip muntte als een brug tussen oud en nieuw. De stichtende leden van de Brücke; Ernst-Ludwig Kirchner, Karl Schmidt-Rottluff en Erich Heckel, waren allen architectuurstudenten en hun opzettelijk primitieve schilderstijl was volledig autodidactisch. Pechstein was het enige lid dat een formele kunstopleiding had gevolgd. Hij sloot zich in 1906 aan bij de groep. De artistieke en sociale opvoeding van Max Pechstein was nogal anders, maar hij deelde hun enthousiaste reactie op de ruwe vormen en kleuren die kenmerkend waren voor hun esthetische vrijheid. Hij was tot 1910 een actief lid van de Brücke en werkte vaak samen met Brücke-schilders om een ​​homogene stijl van deze periode te creëren.

Kees van Dongen
De invloed van Kees van Dongen spreekt aan alle kanten uit dit schilderij. De houding met de armen omhoog doet denken aan L’Idole van Van Dongen uit 1905, tegenwoordig in de collectie van het Courtauld Institute in Londen. Ook de kleurrijke achtergrond met felle contrasten past precies in de invloed van Van Dongen.

In december 1907 begaf Max Pechstein zich naar Parijs, waar hij een kamer nam in een klein hotel in het Quartier Latin. In Parijs had hij de gelegenheid om de Fauves te ontmoeten en hun werken uit de eerste hand te zien op de Salon des Indépendents in maart 1908. Hij zag er een grote Van Gogh tentoonstelling, belangrijk voor het Die Brücke lid omdat deze schilder hun grote voorbeeld was. Men had zelfs overwogen de groep de Van Goghisten te noemen.  Bij Bernheim Jeune zag hij een tentoonstelling van de Nederlands-Franse kunstenaar Kees van Dongen, die grote indruk op hem moet hebben gemaakt.  Zijn bewondering voor de kunstenaar was groot. In een ongedateerde brief, uit vermoedelijk oktober 1908, aan Schmitt Rottluf schrijft hij dat Kirchner hem aanraadde Van Dongen bij de groep te betrekken. Pechstein is zeer voor dat idee maar is bang dat Van Dongen helemaal niet wil omdat hij in Frankrijk al zo belangrijk is. Maar, sluit hij af, als hij wil zou dat fantastisch zijn. Uiteindelijk deed Van Dongen een tentoonstelling mee in Berlijn.

De Femmes fatales die Pechstein op de Parijse tentoonstellingen zag, zouden, zo blijkt uit dit schilderij, nog jaren door zijn hoofd spoken. Denk hierbij aan de schilderijen die Van Dongen maakte van het model Fernande Olivier uit 1907-1908, toen zij enige afstand had van haar geliefde Picasso. De correspondent van New York Times die dezelfde tentoonstelling bezocht typeerde deze schilderijen als volgt: ‘De vrouwen die hij schildert zijn merendeels verschrikkelijke wezens en zijn toch door een melancholische schoonheid bezield dat ingewijden er urenlang naar staren.’

Na zijn reis naar Parijs keerde Pechstein niet meer terug naar Dresden. De kunstenaar was een van de eersten van de Brücke-groep die de belangrijke verhuizing maakte van het provinciale Dresden naar de bruisende metropool Berlijn. Hij betrok daar een studio naast die van Ernst-Ludwig Kirchner. De twee begonnen aan een nauwe samenwerking, die Pechstein ongetwijfeld stimuleerde om verder te experimenteren met kleur en de fauvistische techniek. De schilderijen van Van Dongen waarin hij het Parijse nachtleven portretteerde zullen hierbij vast een rol hebben gespeeld.

Neue Secession
Nadat Pechsteins schilderijen in 1910 categorisch werden afgewezen voor tentoonstelling in de Berlijnse Secession, hielp hij bij de oprichting en werd hij voorzitter van de Neue Secession en kreeg hij erkenning voor zijn decoratieve en kleurrijke prenten die waren geïnspireerd door de kunst van Van Gogh, Matisse en de Fauves.
In 1912, na jaren van oplopende spanningen, werd Pechstein uit Die Brücke verdreven nadat hij in zijn eentje toch een deel van zijn werk in de eerdergenoemde Berlijnse Secession had tentoongesteld. Pechsteins bekendheid en erkenning oversteeg ondertussen ruimschoots die van zijn Brücke-genoten, hetgeen al voor steeds meer verwijdering tussen hen had gezorgd. Schwermut werd daarmee één van de laatste werken die hij onder naam van Die Brücke tentoonstelde op de Neue Secession.

Pechsteins schilderijen werden uiteindelijk meer primitivistisch, met dikke zwarte lijnen en hoekige figuren. Op zoek naar inspiratie reisde hij naar Palau in de Stille Oceaan. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Pechstein geïnterneerd in Japan en keerde via Shanghai, Manilla en New York terug naar Duitsland. Hij werd opgeroepen om te vechten aan het Westelijk Front in 1916.

Die Brücke heeft een sleutelrol gespeeld in de ontwikkeling van het modernisme in Duitsland. Nooit eerder was een beeldtaal zo heftig in zijn expressie en zo intens in zijn statement. Het was een direct persoonlijke kunst gebaseerd op gevoel, intuïtie en emotie. De zelfverzekerde en waarneembare penseelvoering, de felle kleuren, en de expressie van gevoel die zo kenmerkend zijn voor de benadering van kunst door de leden van Die Brücke en Max Pechstein in het bijzonder, komen in het huidige werk uitmuntend samen.  

In de oeuvrecatalogus van Max Pechstein door Dr. Aya Soika is het schilderij opgenomen onder nummer 1910/71. Een Gutachten van Dr. Soika wordt bij het schilderij geleverd.

Tentoonstellingen:
Tentoonstelling Die Brücke, Gurlitt Galerie, Berlijn, 1912, Kunstsalon Fritz Gurlitt, Ausstellung von Künstlergruppe Brücke, 2. – 27. April 1912
Augustustentoonstelling van Expressionisten, Scheveningen 1920, nr.28
Tentoonstelling Kunstverein in Hamburg, Kunst der letzten 30 Jahre aus Hamburger Privatbesitz, 29. Okt. – 17. Nov. 1930, Nr. 186. Schwermut (Bes.: Ludwig und Bettina Schrader-Eschershausen)
Tentoonstelling Badischer Kunstverein Karlsruhe, Aus Karlsruher Privatbesitz. Gemälde, Aquarelle, Zeichnungen 1790 – 1940, 25. Juni – 3. Sept., Nr. 128, Abb. 45

Literatuur:
Aya Soika, Max Pechstein; Das Werkverzeichnis der Ölgemälde, Band I, 1905-1918, München, 2011, p. 283, no 1910/71

 

Max Pechstein (1881-1955), Schwermut
Prijs op aanvraag
Provenance
Vermoedelijk Dr. Ludwig en Bettina Schrader, Hamburg
Privéverzameling, Karlsruhe, 1930
Privéverzameling, Hannover, 1961-1979
Veiling Hauswedell & Nolte, 7 tot 9 juni 1979, nr. 1060
Privéverzameling, Duitsland
Periode
1910
Materiaal
Olieverf op doek
Signatuur
HMP 1910 [rechtsboven], en: Schwermuth 300 M. Pechstein [verso]
Afmetingen
65 x 65.6 cm

Wereldwijde verzending mogelijk