Hoewel de kast is opgebouwd als één geheel, bestaat hij visueel uit een boven- en een onderkast. De bovenkast wordt opgedeeld door vier verticale balustervormige stijlen met portretten welke doorlopen in het smalle fries met knorrenrand, en welke in de bovenkast de drie deuren van elkaar gescheiden houden. De onderkast, die door eenzelfde knorrenrand wordt bekroond, wordt verdeeld door drie naar boven breed uitlopende platte pilasters met een gesneden floraal decor bekroond met een schelp. Zij scheiden de twee deuren van elkaar, en lopen door in de eenvoudige poten. De vijf deuren zijn voorzien van eenvoudige panelen. De beide zijkanten van de kast tonen de doorlopende knorrenranden en zijn onderverdeeld in vier kruislings geplaatste vlakke panelen.
Brabantse kasten werden vermoedelijk hoofdzakelijk vervaardigd door monniken en gebruikt in kloosters. Ze zijn sober van aard, met eenvoudige decoratieschema’s, en zijn voornamelijk ingedeeld op praktisch gemak. De vorm van de kast doet denken aan de veel bekendere Zeeuwse kast, maar de uitvoering van de Brabantse kast is doorgaans veel soberder, en hij bestaat in tegenstelling tot de Zeeuws kast, uit één geheel.
Literatuur:
Loek van Aalst en Annigje Hofstede, Noord-Nederlandse meubelen, van renaissance tot vroege barok 1550-1670, 2011, p. 181-190
Wereldwijde verzending mogelijk