http://images.artimin.com/img-1500/images/398.jpg



Japans lakwerk dienblad


Periode

ca. 1680-1730


Materiaal

Keaki-hout (Zelkova serrata), kalk, lak (Rhus vernicifera), zwart pigment en goudfolie.


Afmetingen

(hoogte) 3.00cm. (breedte) 23.00cm. (Lengte) 33.00cm.


Grote afbeelding(en)





Beschrijving


Een rechthoekig dienblad op pootjes, met een enigszins opstaande rand met ingesnoerde hoeken. Zowel het vlak als de rand zijn gedecoreerd met een doorlopend honingraat-patroon. Op drie plaatsen is in het vlak over het onderliggende patroon de “mon” (het wapen) van de familie Maeda aangebracht. Deze mon bestaat uit een cirkel met daarin zes bollen: één kleine bol in het midden met daaromheen de vijf iets grotere.

Het hele blad is bedekt met een geometrisch patroon in Makie-techniek, waarin de decoratie van goudfolie iets verheven is aangebracht op de zwarte ondergrond. De Makie-techniek werd in de Transition-periode (1630-1650) geïntroduceerd.
De beschildering met een geometrische patroon met enkele “mon” komen we vooral tegen in de eerdere Namban periode (1550-1630). De traditionele motieven van de beschildering en de grote kwaliteit van het lakwerk doen veronderstellen dat dit dienblad voor de Japanse markt bestemd was.
Dienbladen werden in Japan “bandees” genoemd, wat zoveel wil zeggen als “fruit-blad”. Maar de bladen dienden niet alleen voor fruit maar ook om alle mogelijke andere zaken op te zetten, bijvoorbeeld benodigdheden voor de theeceremonie of beteldozen.

De familie Maeda was een van de belangrijke geslachten in Japan en regeerde het Kaga-district in Midden Japan vanuit het kasteel van Kanazawa van 1583 tot 1868. De familie was niet alleen militair actief, maar ook op economisch en cultureel gebied speelden de Maeda’s gedurende al die tijd een grote rol. Om de belangrijke positie van de familie te behouden werd een huwelijkspolitiek gevoerd die de banden tussen de Shogun-familie Tokugawa uit Edo en de familie Maeda moest versterken. Zo trouwden in de 17e en 18e eeuw verscheidene Maeda-mannen met Tokugawa-vrouwen. Mogelijk bracht een van deze Tokugawa-dochters dit dienblad mee als deel van haar bruidsschat.

De techniek:
Keaki-hout is zeer licht en kan heel dun verwerkt worden. Het hout wordt, in veel lagen, met het geprepareerde sap van de lakboom (Rhus vernicifera) bestreken. Na iedere laklaag wordt het object in een stofvrije omgeving met een zeer hoge luchtvochtigheid (van 80 à 90 %) gedroogd en daarna opgeschuurd. Reliëf bouwt men op door op die plaatsen waar men hoog- of laagreliëf nodig heeft, kalk door enkele van de onderste laklagen te mengen. De makie-techniek houdt in dat men goudpoeder strooit, of goudfolie legt, op de natte lak. Het goud zinkt enigszins in de lak en na droging kan men het polijsten. Daarna volgt nog een laag transparante lak die ook weer gepolijst wordt. Om het goud meer nadruk en glans te geven, bracht men het vaak op laagreliëf (hiramakie) of zelfs hoogreliëf (takamakie) aan.


Sluiten

Contactformulier



Bezig met versturen van bericht.
Informatie


Bericht


Afronden


 
MEMBER OF 
Digitized